• Truus Oudendijk

Kettinggesprek met Gerhard Vos

KUDELSTAART Gerhard Vos is een kordate man, duidelijk en kort van stof. Vrijwilliger op vele terreinen, liefhebber en jurylid van de schaatsmarathon. Als hobby fokt hij konijnen. Zoon Thedo is benieuwd hoe hij dat allemaal kan combineren

Truus Oudendijk

Die konijnen intrigeren mij in het bijzonder. Hoe lang doe je dat al?

'Al vanaf mijn derde jaar heb ik konijnen. Ook wel eens een korte periode niet. Toen we net getrouwd waren bijvoorbeeld ('toen kreeg ik alle aandacht', grapt zijn vrouw Truus er even tussendoor). Toen ik naar Kudelstaart kwam heb ik ze meegenomen. Het punt is, dat je ze gewoon bij huis moet hebben, anders werkt het niet. Voordat ik 's avonds naar bed ga, ga ik eerst nog even bij mijn konijnen kijken. Dat vind ik heel belangrijk. Ik heb 25 hokken en rond de twintig konijnen. Je moet altijd ruimte over houden, want je weet nooit wat je onderweg tegenkomt.'

Wat is je bedoeling met die konijnen?

'Ik fok ze voor tentoonstellingen.'

Niet voor in de pan?

'Ook. Ik fok ze er niet speciaal voor, maar ze gaan er wel in. Als ras heb ik klein Lotharinger en Lotharinger dwerg. Ze hebben een specifieke tekening en soms heb je een nest waar niks bij zit. Dat is dan jammer, want het gaat mij alleen maar om die kampioen. De bouw en de tekening bepalen of het een kampioen wordt. Ik ben de enige in Nederland die dit ras fokt. En er zijn prijswinnaars bij.'

De rest is voor de slacht?

'Ja, dat heb ik vroeger thuis als jongen al geleerd. Ik slacht het hele jaar door. Op een gegeven moment ook de kampioenen. Die krijgen een andere status. Van `Zeer Goed' naar 'Uitmuntend' voor op het bord. Maar er zijn ook konijnen bij die ik weer verkoop aan andere fokkers.'

Geen Flappie trauma's thuis?

'Nee zeg, de knuffelkonijnen van de kleinkinderen blijven gezellig hier tot hun dood. Dat deden we voor onze eigen kinderen ook.'

En hoe zit het met het marathon schaatsen?

'Twintig jaar geleden ben ik bij het schaatsen terechtgekomen. Ik ging er met Thedo heen en toen ze mensen tekort kwamen en er juryleden gevraagd werden, zei Thedo: is het niks voor jou? Maar als je zoiets doet moet je het wel goed doen en daar bedoel ik mee, dat je niet de ene week moet komen en de volgende week weer wegblijft. Het is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Als je er niet bent, kunnen die schaatsers niet rijden. Iedere week zijn er baanwedstrijden in allerlei categorieën. Jeugd, dames, veteranen. Daar moet bij gejureerd worden. Er zijn bij veteranen 75-jarigen die nog wedstrijd rijden. Ik organiseer jeugdwedstrijden voor het kleine grut van een jaar of acht negen. Dat is hartstikke leuk. Ze gaan languit op het ijs, maar krabbelen zo weer overeind. Het mooiste is als ze vol blijven houden en je er later een tegen komt die de landelijk marathon wint. Dat gebeurde van de week in Haarlem.'

Moest je voor dat jureren nog in de bijscholing?

'Jazeker, ik heb een cursus in Amersfoort gevolgd en voor de rest is het een kwestie van ondervinding. Verder zijn er allerlei vergaderingen en commissies waar je een hoop kennis op doet. Soms is het wel een vol programma en is bijna elke avond in de week bezet, maar ik moet echt ziek zijn of op vakantie wil ik afhaken. Anders ben ik er altijd. En dat eis ik ook van mij mede juryleden. Ze hebben aan mij een verkeerde als ze er de ene keer wel en de andere keer niet zijn. Als ze niet op komen dagen heb je mensen te kort en je wilt toch dat die rijders goed op hun plaats gezet worden.'

Je bent nu met pensioen, wat deed je voor werk?

'Ik ben begonnen in de groenteteelt, ik ben een Groninger van geboorte en kom uit Kloosterburen. Later ben ik in de bloemen business terechtgekomen. Ik heb een hele tijd bij Edelman in de export gewerkt, tweeëntwintig jaar lang. Maar het dagelijks heen en weer rijden naar Bleiswijk begon mij op te breken. Die weg werd steeds langer.

Toen er een vacature bij OZ kwam ben ik daar gaan werken. Zowel bij Edelman als bij OZ was ik verantwoordelijk voor de Deense karren, aankoop en registratie. En dat is een hele klus, want er gaat zoveel geld in om en er raken ook zo vaak karren kwijt. Ik zat vaak met twee telefoons tegelijk aan mijn hoofd en ook nog eentje voor me. Als ik dan 's avonds thuis kwam nam ik een sigaartje mee naar de schuur en ging ik even bij mijn konijnen zitten. Daar knapte ik helemaal van op.

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?

'Onze hoofdpiet, Nico Otto. Ik ben benieuwd of hij op zijn leeftijd niet een beetje bang wordt voor al die gladde dakpannen, want hij wordt ook een dagje ouder.'