• Truus Oudendijk

Truus Oudendijk: Gemiste kans

Wat leuk, dacht ik toen Femke vorige week de groenteman in Kudelstaart uitnodigde voor het kettinggesprek. "Hardwerkende man" zei ze, "met drie kleine kinderen. Daar heb ik zo'n respect voor." "Ga ik doen" zei ik enthousiast. Het bleek nog niet eenvoudig.

Er was geen naam of telefoonnummer, dus ging ik even langs. Op het pleintje stonden groenten en fruit voor zijn winkeldeur uitgestald. Bakken vol met dieprode aardbeien, glimmende sinaasappels en blozende appels. Binnen oer-Hollandse prei, bloemkool en aardappels, maar ook olijven, gevulde paprikaatjes, aubergines. Ik was de enige in de winkel en stelde gelijk mijn vraag: ik wil graag een gesprek met je, wil je meewerken aan een interview? Hij wilde niet. "Ik ga hier weg", zei hij. "De mensen komen niet, ze zijn hier zo anders, ze willen mij niet. Ze lopen allemaal naar Albert Heijn." Ik was met stomheid geslagen. "Maar wil je misschien dan toch je verhaal vertellen?" probeerde ik nog. Hij weigerde, hij was helemaal klaar met Kudelstaart. Ik ben beduusd de winkel uit gelopen.

Laat ik even de hand in eigen boezem steken: ik kom er ook niet. Ik richt me qua boodschappen op Oost of Zuid omdat ik een fan ben van de zelfscan en die heeft Appie niet. Ik neem, als ze het zo uitkomt soms groenten of fruit mee uit de supermarkt, maar kom ook met gepaste regelmaat bij de groenteman. En dan kies ik voor het dorp omdat dat op mijn route ligt. De sinaasappels zijn er nou eenmaal beter, komkommer en tomaatjes lekkerder en goedkoper, producten zijn vaak lokaal en niet alles is in dat idiote plastic verpakt. Gewoon groente in een papieren zak of zo in mijn tas. Daar houd ik van. Ik denk dat meer mensen op deze manier boodschappen doen. Bovendien heb ik in de zomermaanden groente uit eigen moestuin.

Goed, ik heb mij genoeg verontschuldigd voor het niet komen bij de groenteman in Kudelstaart. Maar waarom doen die Kudelstaarters dat niet? Toegegeven, de supermarkt heeft alles: brood, wijn, kaas, vlees, fruit, groente en bloemen. Je hoeft in feite nergens anders heen. Maar toch heeft de bakker op dat leuke pleintje het druk, komen mensen bij de slager, de slijter, de kaaswinkel en floreert de bloemenboetiek. Waarom de groentewinkel dan niet? Aan de producten kan het niet liggen, die zien er fantastisch uit. Is het zijn allochtone afkomst? De andere cultuur? Dat kan niet waar zijn. Zo kleindenkend zijn we toch niet in Kudelstaart? Of wel?