• Truus Oudendijk

Truus Oudendijk: Leuk gesprek

Ik ben tien minuten te vroeg in het gemeentehuis. Even rond drentelen dan maar door de burgerzaal, collega's zijn ook nog niet in beeld. Vijf minuten later, ik ben nog steeds de enige, besluit ik het even te vragen aan de bode: "Heeft iemand zich al aangemeld? Er is een persgesprek met burgemeester en wethouders."

De bode: grijs pak, hagelwit overhemd, oranje stropdas, donker uiterlijk, stralende lach: "O, u bent journalist?" Bij zo'n opmerking heb ik altijd de neiging achterom te kijken. Heeft hij het over mij? Maar nog steeds geen collega's van andere kranten te bekennen. Ik ben duidelijk het aanspreekpunt.

"Mag ik u iets vragen?" "Maar natuurlijk". "Waar let u nou op in zo'n gesprek?" Goeie vraag, waar let ik nou op. "De grote lijnen" zeg ik, "hoofd- en bijzaken gescheiden houden. En natuurlijk vraag ik mij af wat mensen graag willen lezen. De komst van een supermarkt vinden de meesten interessanter dan de financiële jaarrapportage. Als notulist heb ik geleerd dat je emotionele uitlatingen weg moet laten. Maar voor een stukje in de krant is een boze uitval wel weer leuk om te lezen."

Hij is het roerend met mij eens. "Aan emoties heb ik ook niks", zegt hij "het gaat om feiten. Stel er is een aanrijding hier voor de deur en ik moet daar op af. Dan is er altijd wel een mevrouw die roept: ik hoorde een klap en het was een rode auto. Daar kan ik niets mee. Ik wil nummerbord, merk en type auto."

Hij vertelt het heel beeldend met de stemintonatie en brede armgebaren zijn cultuur eigen. Ik zie de situatie zo voor me. Earl, want zo heet hij (en ik hoop dat ik het goed schrijf), is van Surinaamse afkomst en naast bode, wat eigenlijk maar een bijrol is, beveiliger in het gemeentehuis. Dat is zijn hoofdtaak.

"Wat is hier nou helemaal te beveiligen?" vraag ik. "Dat zal je nog tegenvallen" zegt hij, "ik moet overal op letten, altijd alert zijn." "Maar er gebeurt hier toch nooit iets?" opper ik. Het valt inderdaad wel mee, geeft hij toe en vertelt over zijn opleiding als beveiliger en de zeven W's die hij altijd in acht neemt: Wie Wat Waar, Hoe (welke wijze) Wanneer, Waarmee en Waarom. 

"Dat doe ik ook", roep ik enthousiast, behalve die 'waarmee'; die is voor mij niet zo van toepassing. Tijdens ons gesprek, dwalen zijn ogen constant door de burgerzaal en signaleert hij een man die binnenkomt met een bagagewagentje, mensen aan de balie. En dan komt er een seintje dat ik naar boven mag. Ik ben nog steeds alleen. Met die veiligheid in het gemeentehuis zit het wel snor.