• import

Truus Oudendijk: thuis

Het is zaterdagavond, de open haard brandt, wij zitten op de bank met een lekker glaasje, en een harinkje van de plaatselijke viskar. Buiten giert de wind om het huis, binnen is het warm en gezellig. Manlief kijkt sport, schoonzoon zijn eigen Netflix filmpje op zijn Ipad, oordoppen in. Ik breek samen met dochter mijn hersens op een beeldcryptogram. Door omstandigheden in haar schoonfamilie woont oudste dochter momenteel bij ons. Ik zeg met opzet 'wonen' en niet logeren, want ze neemt zachtjesaan het huis over. Haar laarzen liggen onder de trap, muts en sjaal op de piano, haar sloffen in de tijdschriftenmand, haakwerk in de schommelstoel. De schoorsteenmantel is getransformeerd tot toilettafel, met make-up tas, dagcrème en haarlak. Als ze een mandarijntje eet blijven de schillen op de salontafel liggen. Ze is gewoon thuis. Alsof ze weer achttien is. Ook voor ons voelt het vertrouwd. Haar hond deelt zelfs de mand met onze hond. Het is een en al pais en vree.

En dan verschijnt Gijs Rademakers met zijn leuke rode kop op TV. EenVandaag: aan tafel zitten Syriërs van diverse pluimage: jong, oud, mannen en vrouwen. Sommigen wonen al langere tijd in ons land. Kunnen en willen zij terug naar Syrië is de stelling. "Voelen jullie je Nederlander?" oppert Rademakers. "Rare vraag" zegt mijn dochter. "Natuurlijk voelen die mensen zich geen Nederlander, gaan ze ook nooit doen. Ik woon al twaalf jaar in Zweden, maar ik voel mij absoluut geen Zweed. Zal dat ook nooit worden." Het gaat hun daar goed in Zweden, fijn land en ze hebben het naar hun zin. Ook de kinderen gedijen prima. Maar ze zijn en blijven Nederlanders, ook al zijn ze niet van plan om hier definitief terug te keren. In mijn optiek mogen we dat ook niet van Syriërs en andere vluchtelingen verwachten. Al wil men de schijn wekken van veiligheid, er is in hun thuisland nog steeds een engerd aan de macht en democratie is ver te zoeken. Ik vond het schrijnend om te zien dat iedereen geëmotioneerd was, toen 'thuis' en 'familie' ter sprake kwam. Ook die man die al jaren hier woont en gesetteld is. Maar zijn broer? Al zes jaar niets van vernomen. Geen idee waar hij zich bevond. Anderen waren hun ouders kwijt. Voor deze mensen is er geen veilig thuisfront of een warm welkom. Alleen maar angst wat hen te wachten staat bij terugkomst. En dan praten we ook nog over kinderen terugsturen. Soms snap ik niet waar het in dit land over gaat.