• Truus Oudendijk

Truus Oudendijk: Tien voor taal

De Historische tuin was een unieke locatie voor het tiende Groot Aalsmeers Dictee. De bankjes van de veiltribune brachten ons helemaal in het schoolsfeertje, knieën tegen de plank, lessenaartje voor je. Beetje jammer dat we onze eigen pen mee moesten nemen, dat was op school vroeger wel anders. Het liefst had ik nog een inktpotje en kroontjespen gezien, maar je kunt niet alles hebben, het was al nostalgisch genoeg. We voelden ons serieus een klasje. Wel een bejaardenklasje, want de jeugd laat het helaas serieus afweten bij dit evenement. En dat is jammer, want de jongeren kunnen naar mijn idee wel wat taaloefening gebruiken. Ik weet dat taal in ontwikkeling is en dingen veranderen; mijn oma schreef nog 'Eerste Paaschdag' en daar moet je nu niet meer aan denken. Maar: 'me broer, me zus, ome Jan', ik erger me dood aan wat ik op social media tegenkom. Het is 'mijn' of desnoods m'n, sis ik mijn geliefden altijd toe, die zich daar natuurlijk niks van aantrekken.

Vergeten woorden was het thema van het dictee. Nou heb ik in mijn kast een kookboek staan met vergeten groentes. Dat snap ik. Ik weet van koolraap, (is het oorlog? vroeg manlief toen ik dat ooit eens op tafel zette) van pastinaak, schorseneren, gele biet en ik weet ook nog wat je er van kunt maken. Maar wat moest ik nou met guichelheil, sthenisch, vlouwers, klettervest en lucillisch? Toegegeven, we hoefden ze niet allemaal op te schrijven. Gelukkig maar, want ik snapte er geen hout van.

Ik ging de mist in met apprehensie, gallemiezen, impardonnabel en patjepeeër. Overal een lettertje tekort. Tricolore had ik zo slordig geschreven dat mijn t voor een hoofdletter werd aangezien, terwijl ik dat niet bedoelde. Eigen schuld dikke bult. Maar 'imponderabilia' had ik goed en ook 'confabulatie' en 'futuristische contemplaties'. Vraag mij alleen niet wat het betekent. Van 'aardbezie' maakten mijn buurvrouw en ik allebei 'aardbeessie' en die houden we erin. Veel leuker woord. "Ik had vroeger altijd een tien voor taal", zei collega Joop tegen me, "daarom durf ik mee te doen." Ik ook, maar daar hadden we nu helemaal niks aan. Zonder tricolore kwam ik er af met vijftien fouten, een keurig gemiddelde. "De bedenker is er met een borrel op voor gaan zitten", zeiden ze thuis toen ik het dictee voorlas. Wie weet, het was best een creatieve uitspatting. Met klasgenootje Danielle heb ik afgesproken dat we ons volgend jaar inschrijven als team. Maar ik heb ook de ambitie om het dictee voor te lezen. Daar ben ik goed in. Dat jullie het maar alvast weten.