• Archief BDU

Column Truus Oudendijk: loterij

Over de duivel en die grote hoop gesproken, mensen in Glimmen wonnen ettelijke miljoenen in de staatsloterij, de oudejaarsloterij of de postcodeloterij. Welke gigant weet ik niet precies, zo goed ben ik er nou ook weer niet in thuis. Een stel won zelfs ieder afzonderlijk een miljoen, geloof ik. Gekkenhuis. Glimmen is al een dorp van rijke mensen en miljonairs in villawijken. En als ik het goed begrepen heb ook nog eens licht crimineel. Ze hebben dat geld daar helemaal niet nodig.

Wij hebben nog steeds succes met de mededeling dat wij van de staatsloterij met het hele gezin een reis door Zuid Afrika hebben gemaakt. Een volle maand nog wel.

Steevast komt dan de vraag: hoeveel hebben jullie wel niet gewonnen?

'Helemaal niks' grijnzen wij dan, 'we hebben gewoon twintig jaar lang consequent niet meegedaan'. Ik weet het, het is een beetje flauwe grap. Maar het is wel waar, gokken is niet ons ding. En dan houd je in twintig jaar tijd serieus een aardig bedrag over om een leuke vakantie van te houden.

Hoewel er geen miljoen aan te pas is gekomen, ben ik zelf nauwelijks van de verbazing bekomen dat wij een reis naar Mexico hebben gewonnen. Het maakte mij zelfs een beetje overmoedig. Zou die onverwachte prijs een gunstig voorteken zijn? Was dit ons lucky year? Moeten we nog een keer een gokje wagen? Zo rond de jaarwisseling stroomden al die verlokkingen mijn huiskamer binnen. 'Dit is de laatste kans.' 'Nog twee dagen.' 'Koop nu uw lot.' 'De prijs is groter dan ooit.' Zal ik? denk ik terwijl ik in de auto op weg ben om weer eens een keer boodschappen te doen. Er bivakkeren namelijk al bijna een maand lang kinderen, kleinkinderen en honden in mijn huis en dat vergt wat extra proviand. Zal ik een oudejaars lot kopen?? Die paar tientjes maken niet meer uit, het is toch een dure maand. Maar dan hoor ik Ad Rooijakkers op de radio. Ad is mijn favoriete presentator. Ik mis hem nu al bij De Mol. Ad heeft het over vluchtelingen in koude natte tenten, over kinderen die in beroerde omstandigheden verkeren, over te weinig voedsel, over medelijden waar je niet in kunt wonen en ook geen brood van kopen. En ik denk: wat een flauwekul eigenlijk zo'n staatslot. Waarom zou ik in vredesnaam meedoen met die ongein. Laat ik het aan zijn oproep besteden. Waarschijnlijk net zo kansloos. Maar het voelt beter.